Frankrijk: Champagne

De streek van Champagne ligt ten oosten van Parijs en ten zuiden van Brussel. Er heerst een koellandklimaat. De ondergrond is zeer kalkrijk. De hoofdstad van de regio is Reims, maar de

wijnkundige hoofstad is Epernay. De aanplant

bedraagt ongeveer 34.000 ha en de jaarproductie 300 miljoen flessen.

De vier grote gebieden zijn

  • de Montagne de Reims,met vooral pinot noir,

  • de Vallée de la Marne, met pinot meunier in de hoofdrol,

  • de Côte des Blancs met chardonnay en

  • de zuidelijke Aube bekend om zijn pinot noir. Maar deze drie druiven komen in alle streken voor.

•    Champagne is over het algemeen een mengwijn van verschillende percelen, druiven en jaargangen. Uitzonderingen zijn de millésime (één jaargang), monocru (druiven uit één dorp), monocepage (één druivenras) en “single vineyard” (één wijngaard/perceel). Er wordt ook roséchampagne gemaakt.

•    Er is een dik regelboek, het Cahier des Charges, dat omschrijft hoe champagne gemaakt dient te worden. Het onderhoud en toezicht op de naleving van dit boek is één van de taken van het Comité Champagne (CIVC: Comité Interprofessionel du Vin de Champagne).

•    De mousserende champagne begint zijn leven als een stille wijn. Na de vinificatie, waarbij doorgaans ook de blauwe druiven pinot noir en meunier als witte wijn gemaakt worden, stelt men de cuvées samen (assemblage). Hiervoor worden de jaargangwijnen gebruikt, met toevoeging van een zeker percentage reservewijnen. Voor roséchampagne voegt men meestal rode wijn toe (enige appellatie waar dit toegelaten is); ook “rosé de saignée” komt voor.

•    De geassembleerde wijn wordt met gist en suiker in de fles gebracht waarin hij uiteindelijk verkocht zal worden. De fles wordt afgestopt met kroonkurk. De tweede gisting (prise de mousse) gebeurt: koolzuurgas, ontstaan door de gisting, geraakt opgelost in de wijn.

•    Nadat de gistcellen afgestorven zijn, laat men de wijn nog een tijd op de lie rusten (mise sur lattes of sur lie). Dit komt de verfijning ten goede.

•    Op het einde van de rijpingsperiode wordt de fles langzaam gedraaid (remuage) zodat de lie zich in de hals van de fles verzamelt, de hals bevroren en de kroonkurk verwijderd (dégorgement à la glaçe), waarbij de halfbevroren gistrest uit de fles spuit. Vervolgens wordt de verloren vloeistof bijgevuld, al dan niet met suiker (dosage) en de fles van een natuurkurk met muselet (draadkorfje met ijzeren plaatje) voorzien. Na het aankleden (habillage) is de fles klaar om verscheept te worden (expedition), klaar voor consumptie.

•    Het begrip ‘cru’ betekent in Champagne: het dorp waar de druiven groeien. Er zijn er ongeveer 320. De in theorie beste dorpen krijgen de vermelding ‘grand cru’ (17), de volgende zijn premier cru (40-tal) en de andere deuxième cru. Champagne grand cru komt van druiven die uitsluitend van grand cru-dorpen afkomstig zijn, premier cru uit dorpen van grand en premier cru. De vroegere “échelle des crus”, met vastgelegde druivenprijzen naargelang van de waardering, is onder druk van Europa grotendeels verlaten.

•    Op het etiket vind je de verplichte tweelettercode terug die de herkomst van de champagne weergeeft. De belangrijkste zijn NM (Négociant-Manipulant, koopt druiven of most en verkoopt de champagne; ong. 320), RM (Récoltant-Manipulant, verkoopt champagne van de eigen druiven; ong. 1850) en RC (Récoltant-Coopérateur, verkoopt champagne van de coöperatie waarvoor hij ook zelf druiven levert; ong. 2500). 70%van de totale verkoop is door NM.

•    De belangrijkste smaakstijl is champagne brut (dosage<12g suiker/liter). In opkomst is de extra brut (<6g). De zoetere stijlen (demi-sec: 35-50 g/l; doux: >50g/l) zijn uitstervend.

  • Instagram
  • Facebook

©2020 door Geert De Coninck iov Commanderij De Bellebeek. Met trots gemaakt met Wix.com