Chili

Chili ligt langs de westkust van Zuid-Amerika. De wijngaarden liggen tussen de 27°en 39° graad zuiderbreedte, overwegend tussen het kustgebergte en de Andes. De meeste wijnstokken staan in de Valle Central. Nieuwe aanplantingen zijn vaak hoger gelegen, koeler en op een armere bodem. Het wijnoppervlak bedraagt ongeveer 130.000ha.

De wijndomeinen zijn meestal groot, goed uitgerust, en er is veel technische know-how.

Algemeen heerst er een warm mediterraan klimaat met veel regen in de winter en lange droge periodes in de zomer. De Humboldtluchtstroom vanuit Antarctica en koude valwinden uit de Andes zorgen voor de nodige verkoeling. Zonder irrigatie met smeltwater uit de Andes zou wijnbouw er praktisch onmogelijk zijn. Vroeger gebruikte men vooral floodirrigatie, waarbij de wijngaard onder water werd gezet. Tegenwoordig wordt meer en meer dripirrigatie toegepast, waardoor men meer gericht water kan geven.

De bodem is gevarieerd: zand, klei, kalk, graniet, schist.

De Chileense wijnstokken zijn nog grotendeels niet geënt op Amerikaanse onderstokken omdat er geen phylloxera voorkomt. Dit zou te wijten zijn aan de geïsoleerde ligging van het land: in het noorden de Atacamawoestijn, in het oosten de Andes, in het zuiden Antarctica en in het westen de Stille Oceaan. Ook de vaak zanderige bodem (waar de druifluis niet van houdt) en de floodirrigatie (waardoor ze verdronken wordt) zouden een rol kunnen spelen.

Nieuwe aanplantingen worden heden ten dage vaak wel geënt op Amerikaanse onderstokken, o.a. om nematoden te bestrijden en om de druivenstok optimaal aan te passen aan de bodem.

De voornaamste blauwe druivenrassen in volgorde van belangrijkheid zijn cabernet sauvignon, merlot, carmenère, syrah en país. Voor wit zijn dit sauvignon blanc, chardonnay en moscatel d’alexandrie.

Carmenère wordt beschouwd als de signatuurdruif van Chili, alhoewel sommige wijnbouwers país – een oude variëteit meegebracht door de Spanjaarden – meer en meer naar voor schuiven. 75 % van de productie is rood, meestal cepagewijnen, maar ook blends.

Algemeen kan men stellen dat de meeste Chileense wijnen aangenaam fruitig en vlot drinkbaar zijn, en een goede prijs-kwaliteitverhouding bieden. Uiteraard zijn er ook premium- en ultrapremiumwijnen beschikbaar, dit in een (veel) hogere prijsklasse welteverstaan.

De grote wijnregio’s van noord naar zuid zijn Atacama, Coquimbo, Aconcagua, Valle Central en Sur. In het uiterste zuiden vindt men de Australregio, de productie is hier echter marginaal.

De Atacamaregio produceert bijna uitsluitend moscatel bestemd voor piscoproductie.

Coquimbo heeft twee belangrijke subregio’s Elqui en Limari met aanplantingen van syrah, sauvignon blanc en chardonnay.
In Aconcagua zijn de koele valleien van Casablanca en San Antonio zeer geschikt voor sauvignon blanc, chardonnay en ook pinot noir.

Valle Central met Maipo, Rapel, Curicó en Maule is over het algemeen warmer en produceert dus vooral rode wijn. Carmenère uit Rapel en cabernet sauvignon uit Maipo zijn de referentiewijnen.
De Subregio met Itata en Bío-Bío is koeler en vochtiger, de productie is hier nog zeer beperkt.

Chili heeft een do-classificatie met regionale, subregionale en zonale herkomstbenamingen. Het vermelde jaartal, het druivenras en de herkomst moeten wettelijk voldoen aan de 75%-regel.