Portugal;: Zoet

Porto of Oporto, de havenstad in het noordwesten van Portugal aan de Costa Verde, ligt op de
noordoever van de rivier Douro en is ongetwijfeld ook de bekendste wijn van Portugal.

Het geografische wijngebied Porto ligt ongeveer 80km landinwaarts vanaf de stad Oporto en wordt ingedeeld in 3 subregio’s: Baixa Corgo, Cima Corgo en Douro Superior.

De bodem is schraal: hij bestaat vooral uit graniet en schist of leisteen.

De wijngaarden liggen op hellingen met een maximale hoogte van 450 meter. In terrasbouw op steile hellingen staan amper 2.000 stokken per hectare.

Langs de Douro rivier liggen de quinta’s. Dit zijn de wijndomeinen waar de druivenoogst verzameld en verwerkt wordt.

Voor rode port zijn de belangrijkste druiven: touriga nacional, touriga franca, tinta roriz (tempranillo), tinta barroca en tinto cao.

Voor witte port zijn de belangrijkste druiven: malvasia fina, gouveio, viosinho, rabigato en codega.

Porto is een gemuteerde wijn: tijdens het gistingsproces wordt wijnalcohol toegevoegd. De gistcellen sterven af en de niet omgezette suikers zorgen voor het zoet karakter van de portwijn.
In het voorjaar worden de vaten port overgebracht naar Villa Nova de Gaia, gelegen aan de monding van de Douro in de oceaan. Hier ontvangen de grote porthuizen de wijnen uit de verschillende quinta’s en start de keldermeester met het blenden van verschillenden druiven, wijngaarden en jaargangen om het portmerk een herkenbare stijl te geven.

Er bestaan twee grote groepen van portwijnen. De blendsoorten: ruby, tawny, white port en de jaargangsoorten: colheita, vintage, LBV.
• Ruby: dankt zijn naam aan de robijnrode kleur, vroeg gebotteld, typische fruitige kenmerken van de druif.
• Tawny: rode port die minimum 3 jaar op vat rijpt, getaande (=tawny) kleur. Afgerond, fluweelzacht, verweven zoetheid. Een tawny reserve verblijft minimum 7 maanden op vat.
• White port: uitsluitend witte druiven in basiswijn, eerder droog gevinifieerd, minder zoet, eerder aperitief.
• Madeira wordt oxidatief opgevoed aan hogere temperaturen. Voor de fijnere Madeira’s kiest men het canteirosysteem: rijping op eiken vaten in natuurlijke warme ruimtes (zolder,...). De meeste madeira’s worden gemaakt met de rode druif tinta negra mole. De beste madeira’s worden met de nobele druiven gemaakt, telkens in een specifieke zoetheidsgraad: sercial (droog), verdelho (halfdroog), boal (halfzoet), malvasia (zoet).

Een colheita is een madeira met een jaargang en minimum 5 jaar vatlagering. Een frasqueira (of vintage madeira) heeft ook een jaartal en ligt minimaal 20 jaar op vat.

De stad Porto heette vroeger Cale en later Portucale, waar de landsnaam Portugal van is afgeleid.

Colheita: betekent ‘jaargang’. Deze port is minstens 7 jaar gerijpt op fust en dan gebotteld. Op het etiket vermeldt men de lagering op fust en de datum van botteling.

Vintage port: port van een uitzonderlijk goed wijnjaar. Deze wijn blijft slechts 2 jaar op fust. Een goede vintage moet minstens 15 jaar lageren. Een verblijf van 30 jaar op fles zal de port tot een hoogtepunt leiden. In de fles vormt zich een flink depot. Decanteren is de boodschap!

LBV staat voor late bottled vintage. Verschilt van de vintage doordat hij lang op fust is gebleven: 4 tot 6 jaar. Minder depot en lichter van karakter. Zowel oogstjaar als jaar van bottelen moeten vermeld worden op de fles.
Bij commerciële madeira’s versnelt men het rijpingsproces kunstmatig volgens het estufagemsysteem: de
wijnen worden gedurende minimum drie maanden aan temperaturen van 45-50°C verouderd door middel van
buizen met warm water die door de betonnen kuipen lopen.