Oost-Europa

• De bakermat van de Europese wijnbouw ligt grotendeels in Oost-Europa, met een geschiedenis die duizenden jaren teruggaat. De wijnbouw kende er periodes van bloei (zoals in de middeleeuwen) maar ook van verval. Voorbeelden hiervan zijn de Ottomaanse overheersing toen druivenstokken massaal gerooid werden en meer recent in de
twintigste eeuw de periode van het communisme toen kwantiteit belangrijker was
dan kwaliteit. De laatste decennia worden in de meeste landen grote inspanningen gedaan om kwaliteitswijn te maken die de concurrentie op de internationale markten aankan.

• Algemeen kent Oost-Europa een continentaal klimaat, met Mediterrane invloeden in de meer zuidelijk gelegen regio’s. De wijngebieden liggen binnen de klimaatgordel geschikt voor de productie van kwaliteitswijnen. In de warmere zuidelijke regio’s is rood dominant, terwijl in het koele noorden meer wit geproduceerd wordt. De productie van mousserend stijgt.
Meestal wordt het Europese kwaliteitsschema (pgi: Protected Geografic Indication; pdo: Protected Designation of Origin) toegepast.

• Hongarije kent een aantal grote wijngebieden verder onderverdeeld in kleinere regio’s. In het noordoosten Tokaj, met de wereldberoemde tokaji aszú, de Vinum Regum, Rex Vinorum, gemaakt van furmint, hárslevelú en sarga muskatály, aangetast door edele rotting. In de Egerregio vinden we egri-bikavér of stierenbloed, waarin 11 variëteiten toegestaan zijn, o.a. kékfrankos (blaufränkisch) en kadarka. Meer zuidelijk vinden we regio’s zoals Szekszard en Villany met veel aanplant van internationale blauwe rassen zoals cabernet sauvignon en cabernet franc, maar ook van kékfrankos.

• Bulgarije had reeds vroeg aanplantingen van internationale rassen als gevolg van samenwerking met UC Davis. Inheemse blauwe druiven zijn mavrud, rubin en gamza, voor wit zijn dit misket en dimyat. Er zijn vier grote wijnregio’s: de Donauvlakte, de Strumavallei, de Thracische vallei en de Zwarte Zeeregio.

Roemenië kent heel wat autochtone druivenrassen. Voor blauw o.a. feteasca neagra en babeasca neagra. feteasca alba, feteasca regala en grasa (voor botrytiswijnen) zijn belangrijke witte rassen. Belangrijke subregio’s met pdo-status zijn Cotnari, Murfatlar en Dealu Mare. Hier zijn ook de grote en belangrijke producenten gevestigd.
• Slovenië ligt op het kruispunt van historische handelsroutes en heeft Franse, Italiaanse en Oostenrijkse invloeden. Het land is onderverdeeld in drie regio’s: Primorska met subregio Brda waar de meeste kwaliteitswijnen geproduceerd worden, Podravje of het Sloveense Stiermarken en Posavje waar de lichtrode wijn cvicek wordt gemaakt. Sauvignon blanc en pinot gris zijn sterk vertegenwoordigd, verder ook furmint, Italian riesling en rebula (ribolla gialla). Autochtone rassen zijn pikolit, zelen en pinela.

Georgië ligt nog meer oostwaarts en heeft een wijngeschiedenis die meer dan 8.000 jaar teruggaat. Er zijn meer dan 500 autochtone rassen. De belangrijkste blauwe druif is saperavi, voor wit is dit rkatsiteli.

Opmerkelijk zijn de oranje wijnen, gemaakt in aardewerken amforen, qvevri genaamd, die ingegraven worden in de kelders. De witte druiven worden gekneusd en fermenteren – zoals bij rode wijn - met schillen en pitten. Vaak worden enkel autochtone gisten gebruikt. Het resultaat is een stevige witte wijn met een duidelijke tanninestructuur. Het procedé is erkend als Unesco-werelderfgoed. Kakheti is de regio waar 70% van de kwaliteitswijnen gemaakt wordt.

Rusland heeft een 100-tal autochtone rassen waarvan krasnostop de belangrijkste is, goed voor 45% van de totale wijnproductie. Naast rood, wit en zoete dessertwijnen wordt er veel mousserend geproduceerd. De kwaliteit van de wijnen was vroeger ondermaats, maar de laatste jaren zijn er grote eigen investeringen geweest, vooral van rijke Russen.