Champagne

images.png

Champagne met als centra Reims, épernay en Ay, was het eerste gebied dat mousserende wijn in enige omvang maakte. Allengs werd de naam champagne synoniem voor de beste, hoewel Champagne tegenwoordig nog maar voor een

Geografisch

Het gebied werd in 1927 nauwkeurig afgebakend door het INAO. Het strekt zich uit van Charly in de Marnevallei op slechts 50 km ten oosten van Parijs tot aan Reims en naar het zuiden van épernay in de Côte des Blancs en de voortzetting daarvan in de Côte de Sézanne. Een apart gelegen district is de Aube op ruim 110 km ten zuidoosten van épernay.

Klimaat & Terroir

Dit is een koele streek, ofschoon er een aantal warmere microklimaten zijn. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur ligt iets boven 10°C, het minimum om druiven te doen rijpen. Van de weeromstuit heeft dit klimaattype twee voordelen: ten eerste rijpen de druiven heel traag en verzamelen daardoor waardevolle smaakcomponenten, ten tweede blijft hun natuurlijke zuurtegraad hoog. Twee fenomenen die zich in warmere streken niet voordoen en bijzonder gunstig zijn voor het maken van schuimwijn.

De beste wijngaarden liggen op de hellingen waarvan de hoogte varieert tussen 80m en 210m, zoals die van de Montagne de Reims en de Côte des Blancs. De beste crus treft men aan op een hoogte tussen 90 en 150m.

De beste sites, zoals de Montagne de Reims of de Côte des Blancs, liggen op een bedding van kalkafzetting van twee types: belemniet quadrata en microster. Deze tweede kalksoort is uniek voor Champagne en bevindt zich op de steilste hellingen. Beide zorgen ze niet alleen voor goede drainage van regenwater, maar ze blijven ook relatief nat en kunnen gemakkelijk water en voedingsstoffen afstaan als de wortels van de wijnstok ze nodig heeft. De kalk fungeert als een spons

Geschiedenis

Men schrijft de ontdekking van Champagne toe aan dom Pierre Pérignon, benedictijner monnik van de abdij Hautvillers nabij Epernay op het eind van de 17de eeuw. Volgens verhalen uit die tijd was hij een groot wijnmaker. Hij verbeterde systematische reeds beroemde rode wijn van de streek en probeerde met de beste pinot Noir een heel bleke, bijna witte wijn te maken. de parels werden beschouwd als een teken van slecht wijsmaken. Na de kroning in Reims stuurde Lodewijk XIV champagnewijn naar Karel II, koning van Engeland, die hem daar in de mode bracht.Een engels auteur vermeldt 'sprankelende' champagne in 1664 en de eerste vermelding van de belletjes in Frankrijk dateert van 1712, toen het hof van de graaf van Orleans de mode van deze nieuwe drank lanceerde. Maar toch schuimde op het einde van de 18de eeuw slechts 10% van de champagne.

In 1840 bloeide reeds de champagnemarkt. De handelaars hadden geleerd om uit alle technische verbeteringen voordeel te halen. Zij moedigden de assemblage aan om evenwichtiger wijn te verkrijgen.

Dégorgement werd in 1813 geïntroduceerd. Draadkorfjes en kerkmachines doken op in de loop van de jaren 1820 en 1830. Maar de belangrijkste ontdekking was die van de noodzakelijke hoeveelheid suiker om een tweede gisting op gang te brengen. In 1837 daalde het aantal ontplofte flessen tot ongeveer 5%.

Op het einde van de 19de eeuw was Champagne een industriële en commerciële reus, die niet meer leek op de artisanale wijnmakers uit de andere streken.

Classificatie

Champagne heeft een origineel en streng systeem voor de classificatie van wijngaarden, "schelle des crus" genoemd en uitgedrukt in percentages. Op een totaal van 200 dorpen die champagne voortbrengen, zijn er 17 die 100% halen en het statuut van grand cru hebben, 38 andere halen 99 tot 90% en mogen zich premier cru noemen, terwijl de andere geclassificeerd van 89 tot 80% recht hebben op de second cru benaming. Om het beste evenwicht te behalen, is de meeste champagne het resultaat van menging.

Druivenrassen
Wijndomeinen